Nationale squashgeschiedenis

In Nederland is squash in 1934 geïntroduceerd door de heer J. Fentener van Vlissingen. Hij liet de eerste squashbaan in Utrecht neerzetten. Amsterdam volgde met een squashbaan in het Polmanshuis naast Krasnapolsky. Daarna volgden er drie squashbanen in Rotterdam (VSSR – later Victoria) en ten slotte twee op "Klein Zwitserland" in Den Haag. Squash Bond Nederland (SBN, toen nog NSRB - Nederlandsche Squash Racket Bond geheten) werd in 1938 opgericht. De oorlog bracht stilstand en pas in 1973, bij de heropening van de Haagse banen na de uitbreiding, was het duidelijk dat squash weer (en zelfs hard) zou gaan groeien. Groei werd pas mogelijk toen bleek dat het bedrijfsleven bereid was in squash te investeren. Sindsdien is het aantal squashbanen gestegen van negen banen op vier complexen naar zo'n 1427 banen in 311 squashcentra in 2008.

Op het moment spelen ongeveer 250.000 mensen regelmatig squash, hiervan zijn ongeveer 15.000 personen lid van SBN. Dat niet iedere squashspeler lid is van SBN heeft te maken met het feit dat squash in Nederland voor 95% in handen is van commerciële baaneigenaren die werken met baanverhuur of lidmaatschappen.

Onder de squashspelers bevinden zich veel mensen die in de samenleving een actieve rol spelen en een goede maatschappelijke positie bekleden. Daarom wordt squash vaak een "managerssport" genoemd. Dit wil niet zeggen dat squash bij uitstek een elitesport is. Onderzoeken hebben uitgewezen dat squash beoefend wordt in een brede laag van de Nederlandse samenleving. Gezien de verschuiving van veld- naar zaalsporten en de grote belangstelling voor individuele sporten en fitness is de verwachting dat squash ook in de komende jaren nog zal blijven groeien.