Tuchtreglement

 

Tuchtreglement

I DE TUCHTCOMMISSIE

 

1. Op grond van art. 15.4 van de Statuten is het bestuur bevoegd tot het instellen van een Tuchtcommissie­­­.

2. De Tuchtcommissie beslist over de vervolging en bestraffing wegens strafbare feiten.
Strafbare feiten in de zin van het Tuchtreglement zijn overtredingen van statuten, reglementen en besluiten van de Bond die strafbaar gesteld zijn bij de Statuten, het Huishoudelijk Reglement, het Reglement Seksuele Intimidatie of het Tuchtreglement.

3. De Tuchtcommissie bestaat uit een voorzitter en twee commissieleden en wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris.

4. De voorzitter alsmede de overige commissieleden worden benoemd, dan wel ontslagen, door het bestuur van SBN. De ambtelijk secretaris is een door de directie van SBN aangewezen functionaris van het Bondsbureau.

5. De leden van de Tuchtcommissie worden benoemd voor een periode van 2 jaar, en zijn terstond opnieuw benoembaar.

6. De Tuchtcommissie is onafhankelijk. Leden van het Bondsbestuur, de Commissie van Beroep, of medewerkers van het Bondsbureau kunnen derhalve niet benoemd worden tot lid van de Tuchtcommissie.

7. Bij benoeming van de leden van de Tuchtcommissie houdt het Bestuur rekening met de volgende voorwaarden:
-  de leden dienen affiniteit te hebben met de functie door bijvoorbeeld enkele jaren ervaring in een juridische functie met enkele jaren maatschappelijke werkervaring in non-profit organisaties of bedrijfsleven.
- de Tuchtcommissie dient evenwichtig te zijn samengesteld,
- de leden dienen van onbesproken staat van dienst te zijn.


II AANGIFTE VAN STRAFBARE FEITEN

1. Aangifte van strafbare feiten kan worden gedaan door:
- een ieder, wiens medebetrokkenheid uit hoofde van zijn functie binnen SBN,  onderscheidenlijk;
- een ieder die door het strafbare feit waarvan aangifte wordt gedaan in zijn persoonlijk belang is geschaad;
- ieder lid, wiens sportieve belang als deelnemer aan de competitie of toernooien, gemoeid is bij vervolging van die strafbare feiten.

2. De aangifte moet schriftelijk geschieden en dient zo nauwkeurig mogelijk te omschrijven, welke overtreding zou zijn gepleegd, door wie, waar en wanneer dit zou zijn geschied. Voorts dienen de namen en adressen van degene(n), die aangifte doen en eventuele getuigen te worden opgegeven.

3. Voor de aangifte van strafbare feiten door een marker, referee, hoofdscheidsrechter of andere bondsfunctionaris kan de voorzitter een formulier vaststellen.

4. De marker en referee zijn verplicht aangifte te doen van strafbare feiten als bedoeld in artikel XI, lid 3, die hebben plaats gevonden tijdens de aan hun toezicht onderworpen wedstrijd. Zij zijn tevens verplicht aangifte te doen van de toekenning van een ‘conduct point’ tijdens, en ongeregeldheden voor, tijdens en na de aan hun toezicht onderworpen wedstrijd.


III VERVOLGING WEGENS STRAFBARE FEITEN

1. De voorzitter stelt degene, tegen wie aangifte van een strafbaar feit is gedaan, binnen 3 weken na de ontvangst van de aangifte in kennis van zijn besluit dat ter zake tot vervolging zal worden overgegaan.

2. Deze kennisgeving geschiedt schriftelijk en omvat:
a) de tenlastelegging, te weten: de strafbare feiten welke ten laste worden gelegd, alsmede waar en wanneer deze zouden zijn begaan;
b) uitleg over de wijze waarop de betrokkene, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving, tenzij door de voorzitter anders bepaald, een verweerschrift kan indienen, alsmede voorzover mogelijk en van belang;
c) de door de Tuchtcommissie opgeroepen c.q. om verklaring verzochte getuige(n);
d) een opgave waar en wanneer hij/zij de stukken kan inzien;
e) de samenstelling van de Tuchtcommissie, die de zaak behandelt.

3. De voorzitter stelt degene die aangifte van een strafbaar feit heeft gedaan, binnen 3 weken na de ontvangst van de aangifte in kennis van zijn besluit dat ter zake tot vervolging wordt overgegaan of van vervolging wordt afgezien.

IIIA VOORLOPIGE SCHORSING

1. De Tuchtcommissie kan direct na kennisneming van of tijdens de behandeling van een zaak een voorlopige schor­sing opleggen, indien daarvoor dringende redenen aanwe­zig zijn. Van een dringende reden is in ieder geval sprake ingeval van aangifte op basis van het Reglement Seksuele Intimidatie.

2. Uitsluitend als het algemeen SBN-belang dit vor­dert en van een spoedei­send belang kan worden gesproken, heeft het bestuur de bevoegdheid om aange­klaagden direct na kennisneming van de strafbare handeling of overtreding als bedoeld in dit reglement bij aangetekend schrijven een voorlo­pige schorsing op te leggen.

3. Een voorlopige schorsing overeenkomstig dit artikel opgelegd, kan door de Tuchtcommissie op elk moment gedurende de behandeling van de zaak worden opgeheven.

IIIB SCHIKKING

1. Overtredingen van het competitiereglement worden niet vervolgd indien de competitieleider en aanbod tot schikking heeft gedaan en binnen dertig dagen na bekendmaking van dit aanbod het daarbij bepaalde bedrag is betaald.

2. De competitieleider neemt bij de toepassing van lid 1 de richtlijnen in acht die het bestuur in overleg met de voorzitter van de Tuchtcommissie heeft vastgesteld.

3. De competitieleider zendt de voorzitter gelijktijdig afschrift van het aanbod tot schikking.

4. Een schikking staat niet in de weg aan vervolging indien de betrokkene tevens heeft gehandeld in strijd met de belangen van de Bond of van de squashsport als bedoeld in artikel XI, leden 6 en 7. Van zodanige vervolging stelt de voorzitter de betrokkene in kennis binnen dertig dagen na de bekendmaking, bedoeld in lid 1. In dat geval draagt de competitieleider er zorg voor dat het schikkingsbedrag onverwijld wordt terugbetaald.


IV SCHRIFTELIJKE BEHANDELING

De voorzitter kan besluiten dat een zaak op de stukken wordt afgedaan indien het dossier naar zijn oordeel daartoe aanleiding geeft en betrokkene desgevraagd niet heeft doen blijken op een mondelinge behandeling prijs te stellen.


V MONDELINGE BEHANDELING

1.   Mondelinge behandeling vindt in elk geval plaats: indien betrokkene schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven te worden gehoord; indien op grond van de gehanteerde maatstaven een straf van aanmerkelijke betekenis kan worden verwacht, tenzij betrokkene schriftelijk te kennen heeft gegeven op een mondelinge behandeling geen prijs te stellen.

2.   In geval van een mondelinge behandeling bepaalt de voorzitter:
- datum, plaats en tijd, waarop het onderzoek zal plaatsvinden;
- de op te roepen getuigen en alle andere personen, waarvan de Tuchtcommissie de  aanwezigheid wenselijk acht.
3.   De oproeping van betrokkene, van de getuigen en anderen vindt namens de Tuchtcommissie schriftelijk plaats door de secretaris met inachtneming van de termijn van tenminste 5 werkdagen, de dag van oproeping en de dag van behandeling niet meegerekend, behoudens in spoedgevallen, ter beoordeling van de voorzitter.

4. De mondelinge behandeling vindt plaats binnen 30 dagen na ontvangst van het verweerschrift, tenzij de Tuchtcommissie anders beslist.

5.   De behandeling is openbaar, tenzij de Tuchtcommissie anders beslist.

6.   Tenzij de Tuchtcommissie daartegen overwegende bezwaren heeft, kan de zitting behalve door betrokkene en diens eventuele raadsman ook worden bijgewoond door:
a) een toehoorder (zie artikel VII);
b) een lid van de Scheidsrechterscommissie;
c) getuigen, welke door betrokkene tijdig aan de Tuchtcommissie worden opgegeven.

7.   Indien betrokken club een vereniging is, dient deze zich te laten vertegenwoordigen door tenminste een bestuurslid, die daartoe volgens de statuten van de vereniging bevoegd is, dan wel door bevoegde bestuursleden hiertoe is gemachtigd.

8.   Indien betrokken club een centrum is, dient dit zich te laten vertegenwoordigen door degene, die door de eigenaar van dat centrum gemachtigd is, naar buiten op te treden of door de eigenaar van dat centrum of diens vertegenwoordiger.

9.   Van de mondelinge behandeling wordt door de secretaris een zakelijke samenvatting gemaakt, welke door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend.

10.   De leden van de Tuchtcommissie onthouden zich van het bespreken van de zaak en van de persoon van betrokkene met de betrokkene en/of met anderen, behalve tijdens de mondelinge behandeling van de zaak.

11. Aan betrokkene wordt aan het einde van de mondelinge behandeling door de voorzitter het laatste woord verleend.


VI ZITTING

1. De mondelinge behandeling geschiedt op grond van de tenlastelegging.

2. Na de opening van de zitting gaat de voorzitter na of de opgeroepenen aanwezig zijn. Hij draagt er zorg voor, dat de presentielijst wordt ondertekend.

3. Betrokkene kan desgewenst de gehele zitting bijwonen. De voorzitter kan betrokkene en/of andere aanwezigen het recht tot het bijwonen van de mondelinge behandeling ontzeggen indien hun gedrag daartoe aanleiding geeft.

4. Indien de opgeroepen niet aanwezig is, gaat de Tuchtcommissie na of de oproeping correct is geschied. Indien dit niet het geval is of indien om andere reden uitstel van behandeling wenselijk is, stelt de Tuchtcommissie behandeling tot nadere datum uit. Betrokkene wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

5. Betrokkene wordt mededeling gedaan van de zakelijke inhoud van de op de zaak betrekking hebbende stukken, voor zover hij daarvan geen kennis heeft genomen.

6. Betrokkene wordt tijdens de mondelinge behandeling door de voorzitter en de leden van de Tuchtcommissie ondervraagd en in de gelegenheid gesteld verweer te voeren. Indien betrokkene een raadsman heeft, kan deze verzoeken aanvullende vragen te mogen stellen.
Aan het verzoek om vragen te mogen stellen wordt voldaan, tenzij de vragen naar het oordeel van de Tuchtcommissie niet terzake zijn.

7. In zaken, waarin een marker, referee, hoofdscheidsrechter of bondsgedelegeerde is betrokken, deelt de secretaris dit namens de Tuchtcommissie mede aan de Scheidsrechterscommissie.


VII TOEHOORDERS

1. Op schriftelijk verzoek van betrokkene of van diens club kan een bestuurslid of een ander lid van die club de mondelinge behandeling bijwonen, indien deze niet openbaar is.

2. Op verzoek van de marker, referee, hoofdscheidsrechter of bondsgedelegeerde kan een lid van de Scheidsrechterscommissie de mondelinge behandeling bijwonen.

3. De voorzitter kan in het belang van het onderzoek de toelating van een toehoorder weigeren of beëindigen.

4. Een toehoorder mag zich niet in de behandeling van de zaak mengen. Hij mag het vertrek, waarin het onderzoek plaatsvindt, zonder toestemming van de voorzitter niet verlaten.


VIII GETUIGEN

1. De Tuchtcommissie kan getuigen oproepen en horen.

2. Betrokkene kan, tenzij de voorzitter anders beslist, de namen en adressen van ten hoogste drie getuigen opgeven met het verzoek, deze te doen oproepen. Dit verzoek dient tijdig door de secretaris ontvangen te zijn, zodat de termijn, genoemd in artikel V sub 3, in acht genomen kan worden.

3. De secretaris roept namens de Tuchtcommissie de getuigen tijdig schriftelijk of per fax-bericht op.

4. Leden van SBN zijn verplicht desgevraagd te getuigen.

5. De Tuchtcommissie kan ook niet-leden van SBN doen oproepen.

6. De marker, referee, hoofdscheidsrechter en bondsgedelegeerde kunnen als getuige worden gehoord. De Tuchtcommissie kan zich zonodig door deskundigen laten voorlichten.

7. Het horen van getuigen geschiedt zo mogelijk in tegenwoordigheid van de betrokkene en diens raadsman. Zij zijn in de gelegenheid vragen te stellen, tenzij deze naar het oordeel van de voorzitter niet terzake zijn.

8. Indien een getuige niet ter zitting aanwezig kan zijn, kan hij een schriftelijke en ondertekende verklaring opstellen, die tijdens de zitting wordt voorgelezen en bij de stukken wordt gevoegd.


IX BERAADSLAGING

1. De beraadslaging in het geval van een schriftelijke behandeling geschiedt schriftelijk of mondeling. In geval van een mondelinge behandeling geschiedt de beraadslaging terstond na het sluiten van het onderzoek en niet in het openbaar.

2. De Tuchtcommissie beslist met meerderheid van stemmen.

3. De Tuchtcommissie grondt haar uitspraak:
a) bij een schriftelijke behandeling op de stukken en verklaringen, welke zijn overlegd.
b) bij een mondelinge behandeling op de stukken en verklaringen, waarvan betrokkene kennis heeft genomen, respectievelijk kennis heeft kunnen nemen of waarvan de zakelijke inhoud hem/haar tijdens de zitting is medegedeeld, alsmede op de indrukken, die de Tuchtcommissie tijdens de mondelinge behandeling heeft gekregen.

4. Indien de Tuchtcommissie van oordeel is, dat het ten laste gelegde onvoldoende is aangetoond, spreekt zij de betrokkene vrij.

5. Indien de Tuchtcommissie van oordeel is, dat het ten laste gelegde voldoende is aangetoond, bepaalt de Tuchtcommissie, welke straf wordt opgelegd.
Indien dit ten dele kan worden aangetoond, bepaalt de Tuchtcommissie, welke overtreding is aangetoond en welke straf hiervoor wordt opgelegd en spreekt zij betrokkene van het overige vrij.

6. De Tuchtcommissie ontslaat betrokkene van vervolging, indien de beweerde overtreding niet in de zin van artikel I, lid 1, strafbaar is gesteld.

7. Bij het bepalen van de op te leggen straffen worden zoveel mogelijk dezelfde maatstaven aangelegd aan de hand van door het bestuur in overleg met de Tuchtcommissie vast te stellen richtlijnen.

8. Een uitspraak van de Tuchtcommissie kan geen wijziging brengen in een door een marker, referee, hoofdscheidsrechter of bondsgedelegeerde genomen spelbeslissing.

9. De leden van de Tuchtcommissie dienen over hetgeen tijdens de beraadslagingen is besproken, geheimhouding te bewaren.


X BEWIJS

1. Het bewijs van een overtreding is geleverd indien de Tuchtcommissie de overtuiging heeft, dat de betrokkene de hem/haar ten laste gelegde overtreding heeft begaan.
De Tuchtcommissie kan haar bewijs gronden op de stukken, verklaringen, video/televisiebeelden, met dien verstande, dat het bewijs niet kan worden gegrond op een enkel stuk, een enkele verklaring of uitsluitend op video/televisiebeelden.

2. Ingeval een overtreding alleen door de marker, referee, hoofdscheidsrechter of bondsgedelegeerde is geconstateerd, kan de Tuchtcommissie in afwijking tot het gestelde in artikel X sub 1 haar bewijs gronden op deze enkele verklaring.


XI STRAFBEPALINGEN

A. Sancties bij overtreding(en) van het Reglement Seksuele Intimidatie:
 

1.  Als sanctie kan worden opgelegd:
 

            a. een berisping. De berisping houdt een officiële schriftelijke veroordeling in van

 bepaald met name genoemd gedrag van de betrokkene;
 

            b. het verbod om deel te nemen aan één of meer activiteiten van de sportorganisatie voor een duur van maximaal drie jaren. Dit verbod om één of meer rechten uit te oefenen, is gericht op het beperken van de bewegingsvrijheid van de betrokkene, geldend voor bijvoorbeeld bepaalde ruimtes, omgang met bepaalde personen, groepen of teams, inzage van bepaalde dossiers, aanwezigheid bij bepaalde wedstrijden, trainingen of vergaderingen, zulks voor de door de tuchtcommissie bepaalde duur.
 

            c. het verbod om één of meer aan leden van de sportorganisatie toegekende rechten uit

 te oefenen voor een duur van maximaal drie jaren;
 

            d. het verbod tot het uitoefenen van één of meer functies in de sportorganisatie voor een duur van maximaal tien jaren. Het verbod om bij de sportorganisatie één of meer functies uit te oefenen wordt alleen als sanctie opgelegd, indien de overtreding in de uitoefening van een bepaalde functie is begaan. Bedoelde ontzegging kan op die functie, maar ook op door de tuchtcommissie te bepalen andere functies in de sportorganisatie betrekking hebben;
 

            e. de schorsing voor een duur van maximaal vijf jaren. Een schorsing wordt als sanctie

 opgelegd indien de overtreding zo ernstig is dat niet met een lichtere sanctie kan worden

 volstaan en een royement een te zware sanctie is. Gedurende de schorsing kan de betrokkene geen functie en lidmaatschapsrechten uitoefenen, noch deelnemen aan activiteiten van de sportorganisatie en blijven de uit het lidmaatschap voortvloeiende verplichtingen onverkort op hem van toepassing. In overleg met de betrokkene kunnen hem tijdelijk bijzondere taken die hij in de ruimste zin van het woord uitvoert ten behoeve van de vereniging worden geweigerd;
 

f. het royement (ontzetting) als lid van de sportorganisatie. Het royement wordt uitgesproken indien de seksuele intimidatie, waarvan aangifte is gedaan, zo ernstig is dat er sprake is van een in ernstige mate in strijd handelen met de statuten, reglementen of besluiten van de sportorganisatie. Indien de tuchtcommissie het royement uitspreekt, kan de betrokkene van die uitspraak in beroep gaan bij de commissie van beroep. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is de betrokkene geschorst. 
 

2. Indien een sanctie voor een bepaalde duur geldt of voor bepaalde activiteiten of functies

wordt hiervan in de uitspraak mededeling gedaan.
 

3. Indien de sportbond een uitspraak openbaar maakt, geschiedt dit met vermelding van de

initialen en woonplaats van de betrokkene, tenzij de tuchtcommissie anders beslist. In de

uitspraak zelf staan de voorletters, naam en woonplaats van de betrokkene.
 

4. Een berisping, een schorsing en een royement kunnen niet tezamen met een andere sanctie

worden opgelegd.
 

5. Met uitsluiting van de berisping en een royement kunnen de in lid 1 genoemde sancties

geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. Het voorwaardelijke gedeelte van een

sanctie wordt aan een termijn van ten hoogste twee jaren gebonden.
 

6. Bij het opleggen van een sanctie kan de tuchtcommissie rekening houden met de situatie die na het beëindigen van de sanctie tussen partijen kan ontstaan. De tuchtcommissie kan, indien dit ten tijde van de sanctieoplegging mogelijk is, aangeven op welke wijze de

betrokkene zich tegenover degene die aangifte heeft gedaan na het ondergaan van de

sanctie moet gedragen of welke beperkingen gewenst zijn om te voorkomen dat partijen

elkaar ontmoeten. Hiervan kan in de uitspraak mededeling worden gedaan. Degene die aangifte heeft gedaan kan ook na het opleggen van de sanctie, maar voor het beëindigen

van de sanctie, de tuchtcommissie verzoeken ter zake bedoelde mededeling te doen.
 

7. Indien de betrokkene binnen de termijn van de voorwaardelijk opgelegde sanctie weer een

overtreding ter zake van seksuele intimidatie begaat, kan de tuchtcommissie beslissen het

voorwaardelijke gedeelte alsnog in een onvoorwaardelijke sanctie om te zetten en daarnaast

een sanctie op te leggen voor de nieuwe overtreding.
 

8. Maakt een overtreding waarvan aangifte is gedaan, een ernstige inbreuk op de rechtsorde in

de sportorganisatie, dan kan de tuchtcommissie zodra aangifte is gedaan, een voorlopige maatregel opleggen. De termijn van verweer, zoals vermeld in artikel III.2.b, blijft dan van toepassing. 
 

9. Bij het opleggen van een sanctie en bij het bepalen van (de hoogte van) de sanctie kan

rekening worden gehouden met een strafrechtelijke veroordeling en/of met het resultaat van

een andere wijze waarop de seksuele intimidatie aan de orde is gesteld.
 

10. Een onherroepelijke tuchtrechtelijke veroordeling, met uitzondering van de berisping, leidt tot registratie van de betrokkene in het registratiesysteem seksuele intimidatie van NOC*NSF, zoals nader uitgewerkt in artikel XVII van dit reglement. De registratie is geen sanctie in de zin van dit artikel. De secretaris van de tuchtcommissie doet de opgave van bedoelde tuchtrechtelijke veroordeling aan de beheerder van het registratiesysteem.

B. Sancties bij overtreding(en) van het Dopingreglement

Betrokkenen die zich schuldig maken aan strafbaar gestelde handelingen bepaald in het Dopingreglement van Squash Bond Nederland, worden bestraft conform Titel IX, artikel 37 tot en met 49 van het Dopingreglement.

C. Algemene sancties

1.     De betrokkene die in een periode van 12 maanden tweemaal door de scheidsrechter op grond van spelregel 17 is bestraft met een ‘conduct point’ is bovendien strafbaar met:
a) een geldboete van ten hoogste € 200,- en/of
b) schorsing voor ten hoogste twee toernooien of competitiewedstrijden en/of
c) schorsing voor ten hoogste twee weken.

2.     De betrokkene die in een periode van 12 maanden volgend op een schuldig verklaring door de Tuchtcommissie op grond van de leden 1 of 3, door de scheidsrechter is bestraft met een ‘conduct point’ is bovendien strafbaar met de in lid 1 genoemde straffen.

3.     De betrokkene die door de scheidsrechter op grond van spelregel 17 is bestraft met een ‘conduct game’ of een ‘conduct match’ is bovendien strafbaar met:
a) een geldboete van ten hoogste € 400,- en/of
b) schorsing voor ten hoogste drie toernooien of competitiewedstrijden en/of
c) een schorsing voor ten hoogste twee maanden.

4.     De betrokkene die deelneemt aan een wedstrijd of een toernooi, welk evenement niet is goedgekeurd door de bond van het land waarin gespeeld wordt, is strafbaar met:
a) een boete van ten hoogste € 125,- en/of
b) een schorsing voor ten hoogste twee toernooien of competitiewedstrijden en/of
c) een schorsing voor ten hoogste twee weken.

5.     De betrokkene die zonder dispensatie door de bond inschrijft voor meer dan één toernooi of wedstrijd, die volgens de aankondiging geheel of gedeeltelijk gelijktijdig plaats zullen hebben, is strafbaar met:
a) een boete van ten hoogste € 125,- en/of
b) een schorsing voor ten hoogste twee toernooien of competitiewedstrijden en/of
c) een schorsing voor ten hoogste twee weken.

6.     De betrokkene die handelt in strijd met de belangen van de bond is, onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van de statuten, strafbaar met:
a) een boete van ten hoogste € 2500,- en/of
b) schorsing in alle, dan wel bepaalde, lidmaatschapsrechten voor een periode van ten hoogste zes maanden.

7.     De betrokkene die handelt in strijd met de belangen van de squashsport is, onverminderd het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van de statuten, strafbaar met:
a) een boete van ten hoogste € 1000,- en/of
b) schorsing in alle, dan wel bepaalde, lidmaatschapsrechten voor een periode van ten hoogste twaalf maanden.

8.     De betrokkene die een speler, een scheidsrechter of een andere functionaris onbehoorlijk bejegent in woord of daad is, onverminderd het bepaalde in de leden 6 en 7, strafbaar met een boete van ten hoogste € 250,- of een schorsing voor ten hoogste één maand.

9.     De Tuchtcommissie kan betrokkene schuldig verklaren zonder straf op te leggen, dan wel volstaan met een berisping.

10.   De Tuchtcommissie kan de in dit artikel vermelde straffen geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk opleggen. Daarbij stelt zij een proeftijd van ten hoogste 24 maanden.

11.a  De club waarvan een team op de vastgestelde aanvangstijd niet aanwezig is, is strafbaar met een boete van ten hoogste € 500,-.

11.b  De club waarvan een team op de vastgestelde aanvangstijd niet volledig aanwezig is, is strafbaar met een boete van ten hoogste € 250,-.

11.c  De club waarvan een team op de vastgestelde aanvangstijd, gedurende een competitieseizoen inclusief de Promotie / Degradatiewedstrijden en Play-Offs, bij herhaling niet of niet volledig aanwezig is, is telkens bij iedere herhaling strafbaar met een boete van ten hoogste € 1000,-

12.a  De club waarvan een -niet eredivisieteam 40 minuten na de vastgestelde aanvangstijd niet of niet volledig aanwezig is, is strafbaar met:
a) een vermindering van het aantal behaalde competitiepunten van ten hoogste 15 en/of
b) een boete van ten hoogste € 750,-.

12.b  De club waarvan een -niet eredivisieteam 40 minuten de vastgestelde aanvangstijd, gedurende een competitieseizoen inclusief de Promotie / Degradatiewedstrijden en Play-Offs, bij herhaling niet of niet volledig aanwezig is, is telkens bij iedere herhaling strafbaar met:
a) een vermindering van het aantal behaalde competitiepunten van ten hoogste 30 en/of
b) een boete van ten hoogste € 1500,-

12.c  De club waarvan een eredivisieteam 40 minuten na de vastgestelde aanvangstijd niet of niet volledig aanwezig is, is strafbaar met:
a) een vermindering van het aantal behaalde competitiepunten van ten hoogste 15 en/of:
b) een boete van ten hoogste € 2500,-.

12.d  De club waarvan een eredivisieteam 40 minuten de vastgestelde aanvangstijd, gedurende een competitieseizoen inclusief de Promotie / Degradatiewedstrijden en Play-Offs, bij herhaling niet of niet volledig aanwezig is, is telkens bij iedere herhaling strafbaar met:
a) een vermindering van het aantal behaalde competitiepunten van ten hoogste 30 en/of
b) een boete van ten hoogste € 3000,-

13.   De club waarvan een -niet eredivisieteam niet of niet volledig verschenen is, zonder het andere team te waarschuwen zodra dit redelijkerwijs mogelijk was, is strafbaar met:
a) een vermindering van het aantal behaalde competitiepunten van ten hoogste 20 en/of
b) een boete van ten hoogste € 500,-

14.   De club waarvan een eredivisieteam niet of niet volledig verschenen is, zonder het andere team te waarschuwen zodra dit redelijkerwijs mogelijk was, is strafbaar met:
a) een vermindering van het aantal behaalde competitiepunten van ten hoogste 20 en/of
b) een boete van ten hoogste € 3000,- en/of
c) een bedrag ter vergoeding van de kosten die het andere team heeft gemaakt.

15.a  De club waarvan een team verzuimt de uitslag van de wedstrijd met inachtneming van het competitiereglement door te geven, is strafbaar met een boete van ten hoogste € 30,- voor iedere dag waarmee de gestelde termijn wordt overschreden.

16.   De betrokkene die op het wedstrijdformulier een onjuiste naam invult, hij die als betrokken vertegenwoordiger zodanig wedstrijdformulier ondertekent, alsmede de speler die onder een andere dan zijn eigen naam een wedstrijd speelt, zijn ieder strafbaar met:
a) een vermindering van het aantal behaalde competitiepunten van ten hoogste 50 en/of
b) een boete van ten hoogste € 500,- en/of
c) uitsluiting van deelname aan de competitie voor ten hoogste twee seizoenen en/of
d) schorsing in alle, dan wel bepaalde lidmaatschapsrechten voor een periode van ten hoogste zes maanden.

17.  De club die een fictieve uitslag doorgeeft aan SBN, is strafbaar met:
a) een boete van € 1000,- en/of
b) uitsluiting van deelname van de competitie van ten hoogste drie seizoenen en/of
c)  schorsing in alle, dan wel bepaalde lidmaatschapsrechten voor een periode van ten hoogste twaalf maanden.

18.   De betrokken vertegenwoordiger die een wedstrijdformulier waarop de spelers van zijn team in een onjuiste speelvolgorde zijn vermeld, heeft ondertekend, is strafbaar met:
a) een boete van ten hoogste € 300,- en/of
b) schorsing voor ten hoogste twee competitiewedstrijden.

19.   De club waarvan een thuis spelend team verzuimd om, in gevallen waarin het competitiereglement daartoe verplicht, zorg te dragen van een gediplomeerde scheidsrechter tijdens de partijen, is strafbaar met een boete van ten hoogste € 125,-.

20.a Een club die verzuimt om, conform het competitiereglement, voor een thuisspelend team op de vastgestelde datum en tijd een baan beschikbaar te stellen, is strafbaar met:
a) een boete van ten hoogste € 125,- en/of
b) bij gebleken herhaling een boete van ten hoogste € 250,-.

20.b Een club die verzuimt om, conform het competitiereglement, voor een thuisspelend eredivisieteam op de vastgestelde datum en tijd voldoende banen beschikbaar te stellen, is strafbaar met:
a) een boete van ten hoogste € 125,- en/of
b) bij gebleken herhaling een boete van ten hoogste € 250,- en/of
c) uitsluiting van deelname aan de competitie voor ten hoogste één seizoen voor een team in de betreffende divisie.

21.   De club waarvan een eredivisieteam verzuimt in shirts te spelen die identiek van kleur zijn en waarop duidelijk leesbaar is voor welke club een speler uitkomt, is strafbaar met een boete van ten hoogste € 125,-.


 


XII UITSPRAAK

1. De Tuchtcommissie doet zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 14 dagen na het sluiten van de behandeling, uitspraak.

2. In de uitspraak wordt vermeld:
a) in geval van vrijspraak: van welke overtreding betrokkene is vrijgesproken.
b) in alle overige gevallen:
- terzake van welke overtreding een straf is opgelegd;
- vanaf welke datum de straf ten uitvoer zal worden gelegd in geval van een  voorwaardelijke strafoplegging;
- welk deel van de straf voorwaardelijk is opgelegd, alsmede ter zake van welke overtreding;
- op welke datum de proeftijd zal zijn beëindigd.
c) voorts, indien een zaak vatbaar is voor beroep, binnen welke termijn en tegen betaling van welke waarborgsom, in hoger beroep kan worden gegaan.

3. De secretaris doet namens de Tuchtcommissie onverwijld, schriftelijk en zonodig per fax- of e-mail bericht, betrokkene en het bestuur mededeling van de uitspraak.


XIII TENUITVOERLEGGING

De in dit Tuchtreglement bedoelde personen, verenigingen, centra, Tuchtcommissie, Commissies en bureaufunctionarissen zijn, ieder binnen de kring van hun eigen bevoegdheden, verplicht er zorg voor te dragen en erop toe te zien, dat de opgelegde straffen ordentelijk ten uitvoer worden gelegd.
De uitvoering vangt aan op het moment van de uitspraak, tenzij anders wordt bepaald.


XIV BEROEP

1. Zowel het bestuur als betrokkene kunnen tegen de uitspraak van de Tuchtcommissie in beroep gaan bij de Commissie van Beroep.

2. Het beroep dient binnen 30 dagen na mededeling van de uitspraak conform artikel XI sub 3, schriftelijk te zijn ingediend bij de Secretaris van de Commissie van Beroep, p/a Bondsbureau SBN.

3. In het beroepsschrift dient te worden vermeld, tegen welke uitspraak en op welke gronden beroep wordt aangetekend.

4. Door het tijdig instellen van beroep wordt tenuitvoerlegging van de opgelegde straf opgeschort.

5. De Tuchtcommissie kan bij haar uitspraak op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat van het bepaalde bij lid 4 geheel of gedeeltelijk wordt afgeweken.


XV HERZIENING

In gevallen, waarin geen beroep tegen een opgelegde straf meer mogelijk is, kan betrokkene de Commissie van Beroep gehele of gedeeltelijke herziening van de opgelegde straf verzoeken op grond van feiten en/of omstandigheden, welke bij de behandeling niet bekend waren.


XVI PUBLIKATIE

Alle opgelegde straffen worden gepubliceerd in het officiële orgaan van SBN, tenzij het bestuur van oordeel is, dat dwingende redenen zich hiertegen verzetten.

XVII REGISTRATIE STRAF SEKSUELE INTIMIDATIE

1. Behalve bij een berisping leidt een tuchtrechtelijke veroordeling tot registratie van de betrokkene, zijn persoonsgegevens en de gegevens van de tuchtzaak in het Registratiesysteem seksuele intimidatie van NOC*NSF conform het Protocol registratiesysteem in de sport van NOC*NSF. Die registratie is geen straf in de zin van artikel XI. Tegen de registratie kan geen beroep worden ingesteld.

2. De in lid 1 bedoelde registratie vindt niet plaats wanneer de betrokkene de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, tenzij sprake is van een strafrechtelijke veroordeling in welk geval ook veroordeelden jonger dan 16 jaar worden opgenomen in het registratiesysteem.

3. De Tuchtcommissie of de Commissie van Beroep zendt de uitspraak zo spoedig mogelijk aan de registratiekamer van NOC*NSF. Tevens stelt Tuchtcommissie of de Commissie van Beroep binnen vijf werkdagen nadat de tuchtrechtelijke uitspraak aan de registratiekamer van NOC*NSF is gezonden de betrokkene en het Bestuur hiervan schriftelijk bij aangetekende brief op de hoogte.

4. Wanneer ter zake van seksuele intimidatie door de strafrechter aan een lid een onvoorwaardelijke straf is opgelegd, is het lid gehouden de strafrechtelijke uitspraak aan het Bestuur ter hand te stellen. In dat geval maar ook wanneer het Bestuur uit andere hoofde over een bedoelde uitspraak van de strafrechter beschikt, zendt het Bestuur die uitspraak per omgaand aan de Tuchtcommissie met het verzoek te beoordelen of de door de strafrechter opgelegde straf is opgelegd in het kader van seksuele intimidatie zoals bedoeld in artikel 2 lid 4.

5. De Tuchtcommissie beslist zo spoedig mogelijk over het in lid 4 bedoelde verzoek, waarna de Tuchtcommissie de uitspraak als aangetekende brief toezendt aan de betrokkene en het Bestuur.

6. De betrokkene en het Bestuur kunnen van deze uitspraak binnen vier weken na de datum van ontvangst van de uitspraak van de Tuchtcommissie in beroep gaan bij de Commissie van Beroep.

7. De Commissie van Beroep behandelt het beroep binnen vier weken en doet zo spoedig mogelijk nadien schriftelijk uitspraak, welke als aangetekende brief wordt gezonden aan de betrokkene en het Bestuur.

8. Wanneer de Tuchtcommissie of in beroep de Commissie van Beroep van oordeel is dat de door de strafrechter opgelegde straf betrekking heeft op seksuele intimidatie zoals bedoeld in artikel 2 lid 4, zendt de Tuchtcommissie of de Commissie van Beroep de onherroepelijke uitspraak per omgaand aan de registratiekamer van NOC*NSF.

 


XVIII INWERKINGTREDING

1. Dit Tuchtreglement treedt in werking op 1 september 1993.
2. Met de inwerkingtreding van dit reglement vervallen alle eerdere tuchtreglementen.


___________________________________________________________

Vastgesteld door het bestuur van SBN op 14 augustus 1993
Gewijzigd en vastgesteld door het bestuur van SBN op 28 augustus 2007.

Gewijzigd en goedgekeurd door het bestuur van SBN op 23 September 2014